Antwoorden proef-werkwoordenso
Uit ONCfransWiki
Inhoud |
A. Zet in de présent en vertaal
1. je dis - ik zeg
2. ils font - zij doen/maken
3. nous voulons - wij willen
4. tu regardes - jij kijkt
5. elle est - zij is
B. Zet in de imparfait en vertaal
1. on avait - men had, wij hadden
2. vous étiez - u was, jullie waren
3. nous regardions - wij keken
4. elles disaient - zij zeiden
5. tu voulais - jij wilde
C. Zet in de passé composé en vertaal
1. il a dit - hij heeft gezegd
2. nous avons regardé - wij hebben gekeken
3. vous avez fait - u heeft gedaan/gemaakt, jullie hebben gedaan/gemaakt
4. elles ont eu - zij hebben gehad
5. ils ont été - zij zijn geweest
D. Zet in de futur en vertaal
1. nous ferons - wij zullen doen/maken
2. je voudrai - ik zal willen
3. tu seras - jij zult zijn
4. elle aura - zij zal hebben
5. ils regarderont - zij zullen kijken
E. Zet in de futur du passé en vertaal
1. nous regarderions - wij zouden kijken
2. on voudrait - men zou (graag) willen, wij zouden (graag) willen
3. je ferais - ik zou doen/maken
4. tu serais - jij zou zijn
5. elles diraient - zij zouden zeggen
F. Vertaal
1. on veut
2. j'ai été
3. tu diras
4. nous faisions
5. je regarderais
